• Jurgen van Teeffelen

Traint de jeugd niet te veel?

DRIEBERGEN Waar kinderen vroeger gewoonlijk één keer per week trainden bij de sportclub waar ze lid van waren, ligt de norm tegenwoordig op twee of zelfs drie keer in de week. Een gezonde ontwikkeling? De meningen zijn verdeeld.

Jurgen van Teeffelen

Team 2 van FC Driebergen Jongens onder 8 kreeg het laatst zwaar voor de kiezen. Op sportpark Voordorp in Utrecht werd het team volledig van de mat getikt door de Jongens onder 8 van Hercules. Na afloop rende de 6-jarige Max Reurink van FC Driebergen dan ook bedremmeld naar zijn vader toe. Die troostte hem en zei: ,,Geeft niks Max. Ik hoor net dat de jongens van Hercules drie keer in de week trainen, dan is het niet zo gek dat ze verder zijn." Vol ongeloof schudde hij zijn hoofd toen hij het zijn zoon vertelde.

 

Met nog meer ongeloof werd oud-hockeyinternational Rob Reckers geconfronteerd toen een ,meisje van een paar turven hoog' hem vertelde dat ze al vijf keer in de week trainde en dus ook in het Nederlands elftal zou komen'. Reckers schreef over het incident een column op hockey.nl met de veelzeggende titel: ,Kids die vijf keer trainen. Doe ff normaal.' Volgens Reckers verliezen sommige hockeyclubs momenteel alle redelijkheid uit het oog. Zijn suggestie: ,,Laat kinderen gewoon twee keer per week trainen. En als ze vaker willen, kunnen ze lekker in het park of op de stoep een balletje slaan. Niet omdat het moet, maar omdat het leuk is."

 

KAMPEN Reckers' column leverde munitie voor een levendige discussie. Niet alleen op hockey.nl, maar ook op en rondom de hockeyvelden, vertelt Michael Löwenthal, technisch-manager bij de Driebergse hockeyclub Shinty. ,,Er zijn twee kampen te bespeuren. Het ene kamp wil vooral hoog en prestatief hockeyen en vindt dat de club daar op moet inspringen door meer trainingen aan te bieden. Aan de andere kant heb je de groep die zich zorgen maakt over overbelasting, fysiek én mentaal. Kinderen kunnen snel uitgekeken raken op de sport wanneer ze teveel moeten van hun club." 

 

Met uitzondering van de jongste jeugd is twee keer trainen de norm bij Shinty. Net als bij de andere sportverenigingen op de Utrechtse Heuvelrug waar navraag werd gedaan (FC Driebergen, DEV, HDS, SVL, MHC Maarn, KCD en Dalto). Alleen de duur van de training verschilt: bij Shinty trainen de selectieteams anderhalf uur, bij de andere verenigingen is dit meestal één uur of 75 minuten. Uniek is wel het derde trainingsmoment dat Shinty en ook Dalto regelmatig organiseert voor de selectieteams. ,,Dan wordt er echter amper gehockeyd, hoogstens trainen we de strafcorner", vertelt Löwenthal. ,,We doen videoanalyse of andere sporten zoals rugby, handbal of voetbal. Dit laatste om een brede motorische ontwikkeling te bewerkstelligen."

 

Shinty volgt de lijn die de hockeybond ook aanhangt. ,,Het is geen discussie bij een middelgrote club als Shinty. Dat is het vooral bij de grote verenigingen, bij Kampong en Schaerwijde. Daar spelen andere belangen en zijn ze minder geneigd de lijn van de bond te volgen. Hun hoogste jeugdteams moeten landelijk spelen. Het zijn vaak de ouders die dat willen", licht Löwenthal toe.

 

OPGEBRAND Vanuit de 'Bogtstra & Kempers Tennis Academy' in Doorn bevestigt oud-Davis Cup-coach Tjerk Bogtstra de kwalijke rol die ouders kunnen spelen wanneer het om de sportontwikkeling van hun kind gaat. ,,Ouders kijken vooral naar de korte termijn. Dan horen ze van een tennisster uit Rusland hoeveel uur die traint en dan willen ze dat hun eigen dochter dat ook gaat doen. Maar ze hebben geen flauw benul hoeveel van die kinderen uiteindelijk kappen met tennis, omdat ze opgebrand zijn. Ik hou ouders zo veel mogelijk op afstand."

 

Bogtstra kent de discussie die speelt in het hockey, maar geeft aan dat die voor tennis weinig relevant is. En al helemaal niet voor het toptennis dat zijn aandacht heeft. ,,Tennis is een veel grotere sport dan hockey. Bij het hockey kunnen de toppers prima in de nationale competitie terecht. Maar een toptennisser heeft er niks aan om hier te blijven, die moet internationaal kijken. Als een kind daar voor gaat, dan redt hij het niet met drie keer per week een training."

 

Op Bogtstra's tennisopleiding is vijf keer in de week trainen dan ook de norm: twee uur per dag voor een 12-jarige en vervolgens oplopend tot 3 à 4 uur per dag wanneer het lijf volgroeid is. Bij zo veel uren arbeid ligt overtraining op de loer, weet ook Bogtstra. ,,Vooral in de puberjaren is het oppassen dat een kind niet te veel belast wordt, ik moet dat goed in de gaten houden. Het vraagt om maatwerk want het ene kind ontwikkelt zich heel snel terwijl dat bij een ander veel langzamer gaat. Die moet je dan afremmen. Maar belangrijker is misschien nog wel de mentale kant. Als een kind elke dag op de baan staat, moet hij wel plezier in het tennis houden. Want uiteindelijk gaat het er om dat een sporter op zijn 18e ook nog fris is."