Politiezaken II

Van Rotterdam naar Amerongen: Trea van Vliet verhuisde onlangs naar dit stukje Nederland en doet in columns verslag van deze verandering.

Een tijdje terug schreef ik dat ik me niet kon voorstellen wat de politie hier te doen heeft. Daarop kreeg ik een e-mail van wijkagent Gerrit, dat hij me dat graag wilde vertellen bij een kop koffie. We maakten een afspraak.

Gerrit haalt me thuis op en stelt me op het bureau in Doorn voor aan collega Gerhard, een wijkagent die net als ik uit Rotterdam hiernaartoe is verhuisd. Die blijkt hoeder te zijn geweest van een wijk vlakbij mijn vorige adres, een postzegel vergeleken bij het terrein dat hij hier onder zijn hoede heeft. In die wijk liep hij binnen een kwartier van voor naar achter, maar als hij na afwezigheid de rapporten doornam met alle voorvallen en ontwikkelingen, had hij heel wat leeswerk. Hier past dat op één blaadje.

Ze vertellen me hoe ze inwoners leren kennen, hoe ze verbinding leggen. Over op straat lopen, rondfietsen. Liever in je eentje dan met een collega, want dan komen de mensen makkelijker naar je toe. Checken of een nieuw bedrijf op een industrieterrein geen dekmantel is voor malafide zaken. Kijken wie er boetes heeft, omdat dat vaak samengaat met andere problemen. Hoe eerder je een helpende hand kunt bieden, hoe beter. Gerrit zit daarom ook in een team rond schoolkinderen die buiten de boot dreigen te vallen.

Regionale verschillen zijn er ook: Leersum zit sociaal gezien stevig in elkaar, met al die bloeiende verenigingen en clubs. Mensen kennen elkaar en durven elkaar aan te spreken. In Amerongen doen mensen dat minder, ook al weten de mensen soms precies hoe de dingen zitten.

Deze twee mannen hebben trouwens dat typische dat alle politiemensen hebben. Ik heb eens een boek gemaakt over de mensen en het werk van de meldkamer en herken wat ik daar ook altijd zag: ze zijn vriendelijk en correct, geven antwoord op alles wat je vraagt maar blijven altijd in control en op bijna onmerkbare afstand. Gerrit iets minder dan Gerhard. Misschien komt dat doordat Gerrit na meer dan veertig dienstjaren bijna aan het einde van zijn loopbaan is. Hij heeft binnen de politie veel verschillende functies gehad, van hondengeleider en ME'er tot wijkagent. Hij heeft ervan geleerd dat niets is wat het lijkt. Dat er altijd een andere kant aan een verhaal zit. En dat mensen tot veel in staat zijn.

Voordat hij me weer naar huis brengt krijg ik nog een rondleiding door het bureau. De collega in de hoek steekt zijn hand op als Gerrit vertelt dat zijn collega daar bezig is om de administratieve verplichtingen minimaal te laten zijn. 'Minimaal betekent hier dus 95%', reageert die monter en hij typt weer verder. Ook de politie zucht onder idiote eisen van registreren en administreren.

Alles op papier, alles in cijfers.

Een papieren werkelijkheid die vaak niet meer is dan dat.

Trea van Vliet

treavanvliet@gmail.com