• Traditionele kaarsendans uitgevoerd door het dansgroepje van Bos- en Heidepark, 1954.

    Familie Weidema
  • Huygen en Peter Hilling op het binnenterrein van Pension Bos en Heidepark, circa 1959.

    Familie Mensingh
  • Moeder en drie kinderen van het gezin Hartman voor hun huisje op Nieuw Wildenburg.

    Familie Hartman

Indische repatrianten in Leersum en Amerongen

LEERSUM In de jaren 1951-1962 werden naar schatting tussen de 1500 en 2000 repatrianten uit Neder- lands-Indië gehuisvest in zogenaamde contract- pensions in Leersum en Amerongen. Nazaat Hans van Cappelle en Tijdlijnbeheerder Jos Rams vertellen over hun boeiende onderzoek waarmee zij een onbekend stukje lokale historie ontgonnen met een publicatie, expositie en lezing.

Edith Hazelzet

Hans van Cappelle (1950), Leersumer van Indische afkomst, organiseerde de afgelopen jaren twee keer een reünie voor repatrianten die in de jaren '50 en '60 in Leersum woonden. ,,Dat was tot voor kort nog nooit gebeurd, en wordt zeer gewaardeerd." Herinneringen ophalen, Indisch eten en optredens zijn de standaardingrediënten van de reünies. ,,Dit jaar is de derde, en dan is het goed geweest."

Van Cappelle organiseert deze samen met het zelfbenoemde 'Team Leersum', verder bestaande uit Renée den Hollander-Fels, Heleen Loef-Zandvliet, Armand Mensingh en Johan de Vendt. ,,In aanloop naar dit laatste gezellige samenzijn, bedachten we dat het waardevol zou zijn om de ervaringen van de repatrianten die in Leersum terechtkwamen, vast te leggen in een boekje. Ik zocht vorig jaar contact met de Historische Vereniging Leersum voor ondersteuning. Zij waren bereid de uitgave te verzorgen en deels te financieren."

TOEVAL Tegelijkertijd liep elders in Leersum Tijdlijnbeheerder Jos Rams al langere tijd rond met plannen voor een expositie over precies hetzelfde onderwerp. ,,Indonesië heeft van jongs af aan mijn belangstelling gehad. Mijn vader heeft tien jaar gevaren op Nederlands-Indië. De keren dat hij voor ons Indisch kookte, was het feest thuis. Ook had ik een oom, Job Rams, die als KNIL-militair naar Indië ging. Hij is er helaas gestorven aan beriberi, en ook zijn vrouw is er overleden. Hun twee kleine kinderen werden in Nederland door familie opgevangen. Twee van oom Jobs kleinkinderen kwamen terecht in Driebergen." Dit stukje persoonlijke historie wordt met enkele foto's en documenten toegelicht in de expositie. Als bestuurslid van de Historische Vereniging Leersum (HVL) hoorde Rams van de plannen van Hans van Cappelle: ,,Eén plus één was twee. Beide projecten vullen elkaar perfect aan. Via Hans heb ik kennisgemaakt met mensen van wie ik de prachtigste spullen heb mogen lenen."

Rumah Kita, een verpleeghuis voor mensen van Indische en Molukse komaf in Wageningen, heeft ook vele voorwerpen in bruikleen gegeven. De entree van 'De Tijdlijn van Leersum' in Tempo Doeloe-sfeer, inclusief geuren, is meteen al pakkend.

REPATRIËRINGSGOLVEN De publicatie 'Djangan loepah' (vert.: 'Het is verkeerd om te vergeten') met de ondertitel 'Het leven in de contractpensions in Leersum en Amerongen 1951-1962', schetst in het kort de historie van de vijf repatriëringsgolven, waarmee tussen 1945 en 1968 circa 350.000 mensen uit Nederlands-Indië (later Indonesië) naar Nederland kwamen. Velen van hen waren nog nooit hier geweest, dus de term repatriant lijkt gedeeltelijk misplaatst. Toch hadden deze mensen van vaak gemengde afkomst veelal de Nederlandse nationaliteit. Ook KNIL-militairen worden tot de repatrianten gerekend. De eerste golf bestond uit mensen die vaak getraumatiseerd de naoorlogse chaos ontvluchtten. Vanwege de opstanden, het groeiend nationalisme ter plaatse, het uitroepen van de Republiek Indonesië en de politionele acties, volgden tienduizenden hen in verschillende fasen. Werknemers in dienst van de Nederlands-Indische overheid verloren massaal hun banen, net als door de nationalisatie van vijfhonderd Nederlandse bedrijven. Daarnaast werd men gedwongen een nationaliteit te kiezen. Bij keuze voor de Nederlandse, was vertrek inbegrepen. Door de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië vertrokken daar praktisch alle Nederlanders. Niet iedereen ging naar Nederland; duizenden emigreerden naar Australië, de Verenigde Staten, Suriname, Brazilië, Spanje en Portugal, al dan niet met een tussenstop in Nederland.

ACHT CONTRACTPENSIONS De Utrechtse Heuvelrug was qua contractpensions oververtegenwoordigd, vanwege het toeristische karakter van de streek. Het waren onderkomens afgehuurd door de rijksoverheid voor de opvang van repatrianten. Er werden beheerders aangesteld die stonden voor de organisatie, inkoop en bereiding van eten, en toezicht. ,,Hotels en pensions hadden maar wat graag vaste inkomsten zo vlak na de oorlog, toen het toerisme op zijn gat lag," aldus Hans van Cappelle. 'Team Leersum' nam contact op met oud-repatrianten en hun kinderen om hen te bevragen over hun ervaringen in de Leersumse pensions. Van Cappelle nam het leeuwendeel van de interviews voor zijn rekening. ,,Al snel bleken er destijds ook in Amerongen contractpensions te hebben bestaan, maar het onderzoek daarnaar verliep moeizaam. Verwijzingen door de Heemkundige Stichting Amerongen leverden niet veel op. Men herinnerde zich erg weinig van die tijd." In Leersum waren vier pensions voor de opvang van repatrianten: Bos- en Heidepark (160 personen), Nieuw Wildenburg (120), 't Centrum en Hotel Darthuizen. En in Amerongen werden de vier pensions Erica, Greta, De Bosrand en Het Rode Hert ingezet als contractpensions.

CONTRAST In het algemeen kijken de bewoners redelijk positief terug op hun tijd in Leersum. Soms waren ze hier maar kort, soms bleken de herinneringen vervaagd. Van Cappelle: ,,Met name de kinderen hebben hier een heerlijke tijd gehad, ik ook. We speelden de hele tijd in de natuur, hadden vriendjes in het dorp en er werden leuke dingen georganiseerd zoals Sinterklaas, dansoptredens en uitjes. Voor de ouders was het echter een ander verhaal. Voor een groot deel gedwongen om te vertrekken, lieten zij hun hele familie achter in Indonesië, ze verloren vaak hun werk en status, en de toekomst was volkomen onzeker. Daarbij bracht de overtocht, de verplichte aanschaf van kleding en het verblijf hier hoge kosten met zich mee, waardoor sommigen jaren bezig waren om hun schulden af te betalen." Zeventig en later zestig procent van het nettoloon moest worden afgedragen aan de staat. ,,Mijn vader die als adviseur was uitgezonden door Buitenlandse Zaken en een uitstekende baan had, besloot al snel Nieuw Wildenburg te verlaten. Eerst huurden we een huis en later kochten we er een in Leersum."

TEGENGESTELD Opvallend genoeg staat de geschiedenis van de familie Van Cappelle niet beschreven in het boekje. Een omissie, aangezien zij een van de slechts drie families zijn, die in het dorp zijn gebleven. De moeder van Hans van Cappelle is inmiddels 99 jaar, en Hans van Cappelle woont bovendien naast Nieuw-Wildenburg. ,,Onze geschiedenis was tegengesteld aan die van andere repatrianten. Mijn vader werd juist vanuit Doorn naar Indië gestuurd, toen de eersten hier kwamen. Ik was de enige in ons gezin die in Nederland werd geboren, waardoor ik later jaloers was op de exotische geboorteplaatsen van mijn broers en zussen. Als baby van een paar maanden maakte ik de oversteek, waarna ik tot mijn negende in Indië opgroeide." Hij heeft fijne levendige herinneringen aan het land, maar hij maakte er als kind ook angstwekkende dingen mee. ,,De opstanden, een aantal bombardementen en uiteindelijk hebben we moeten vluchtten." Twee maanden woonde hij met het gezin in het oerwoud: ,,Eerst in een grot, later in een bamboehuis dat mijn vader liet bouwen."

Het moment dat hij voor zijn leven door de velden naar de bosrand moest rennen, om te ontkomen aan twee gevechtsvliegtuigen, staat voor altijd op zijn netvlies. In 1959 kwam het gezin bij toeval in buurdorp Leersum terecht, op Nieuw Wildenburg dat een idyllische indruk maakte met 26 witte, rietgedekte huisjes: ,,Maar deze zomerhuisjes waren ongeschikt voor bewoning in de winter, zeker door mensen uit de tropen. Gelukkig waren wij er slechts een zomer, en die was heerlijk."

ONVREDE Het feit dat men overwegend niet zelf mocht koken, leidde meermaals tot spanningen en onvrede. Met name op Nieuw Wildenburg werd het eten door een aantal gezinnen als ondermaats ervaren. ,,Er waren helaas in heel Nederland beheerders die de vergoeding voor voedsel liever voor een deel voor zichzelf hielden." De familie Hartman kon het eten op een geven moment niet meer verdragen: het was te weinig, onsmakelijk en te Nederlands. Ze schreven een brief aan de koningin. Hierop kwam minister Marga Klompé hoogstpersoonlijk de situatie in ogenschouw nemen, waarna deze iets verbeterde. Ook de cursussen voor vrouwen, in huishoudelijke taken werden voor een deel als vernederend ervaren: ,,Een substantieel aantal repatrianten was van gegoede komaf. De overgang van een ruime woning met tuin en personeel, naar een klein kamertje terwijl men niets te doen had, was erg groot." Toch verliep de integratie volgens Van Cappelle over het algemeen goed. Hij deed pogingen om te weten te komen hoe de Leersumse bevolking tegen de komst van de repatrianten aankeken, maar dat viel niet mee. De familiefotoalbums en herinneringen van Heleen Loef-Zandvliet, wiens grootouders Bos- en Heidepark beheerden, bleken wel zeer waardevol voor de Leersumse kant van het verhaal.

Wie nog herinneringen heeft aan de tijd van de repatrianten wordt opgeroepen deze te delen met Hans van Cappelle: 0343-411434.

PRAKTISCHE INFORMATIE De expositie is de rest van 2019 voor iedereen toegankelijk tijdens de openingstijden van de bibliotheek, behalve tijdens de zelfservice-uren.

De publicatie 'Djangan Loepah' (76 pagina's) is à 6 euro te verkrijgen bij Jan Meijer, de penningmeester van de HVL via 0343-453406.