• Het ecoduct over de N226 (blauwe punt) vormt een schakel in de verbinding tussen het zuidelijke en middendeel van de Utrechtse Heuvelrug.

    Provincie Utrecht

Aanleg van ecoduct N226 is onzeker

LEERSUM Het is nog niet zeker of de aanleg van een ecoduct tussen Leersum en Maarsbergen kan doorgaan. Voor de faunapassage over de N226 moet onder andere grond van landgoed Maarsbergen worden aangekocht, maar dat is tot dusver niet gelukt. Volgens een memo aan de gemeenteraad is de provincie ,,nog niet tot een bevredigend resultaat gekomen in de onderhandelingen met grondeigenaren".

Michiel Schaaij 

WEERSTAND De voorbereidende werkzaamheden voor het ecoduct liggen daarom stil. Intussen heeft het college een onderzoeksrapport over de mogelijke alternatieven voor de faunapassage naar de Heuvelrugpolitiek gestuurd. Die zit niet te springen om de komst van nog ecoduct. De aanleg van een soortgelijke dierenpassage tussen Doorn en Maarn riep de afgelopen jaren al veel weerstand op in de gemeenteraad.

ECOSYSTEMEN Eerder deze maand uitte een vertegenwoordiger van de Federatie Groene Heuvelrug (FGH) en de Leersumse Vereniging voor Dorp en Natuur in deze krant kritiek op het onderzoeksrapport met alternatieven. Daarin concluderen de opstellers dat andere opties minder effectief zijn. Alleen een ecoduct zou ervoor zorgen, dat de ecosystemen aan beide zijden van de N226 naadloos met elkaar worden verbonden.

VEILIGE OVERSTEEK Volgens het rapport biedt het ecoduct een risicoloze oversteek aan minstens 167 diersoorten die in de buurt van de provinciale weg tussen Leersum en Maarsbergen voorkomen. Een kleinere faunatunnel zou aan slechts 18 diersoorten een gegarandeerd veilige oversteek bieden. Overigens erkent het onderzoeksbureau wel, dat niet voor alle aangetroffen soorten een voorziening nodig is.

VOORTBESTAAN Vliegende diersoorten zoals vogels, vleermuizen, sommige vlinders en libellen kunnen de N226 nu al zonder gevaar voor eigen leven oversteken. Maar voor het voortbestaan van dagvlinders als de eikenpage, het heideblauwtje en de kommavlinder is het wel nodig dat er een aaneengesloten leefgebied zonder onderbreking door asfaltwegen komt, schrijven de onderzoekers.