Een bezig volkje

Bijen, ik heb ze altijd al fascinerend gevonden. Terwijl de congreszaal in het hotel in Tiel langzaam volliep, liet ik me dingen vertellen over de kassen die we op het dak beneden konden zien staan. Vier kasten die op het eerste gezicht maar afgezonderd van de wereld stonden. De dagvoorzitter van het congres die dag blijkt een fervent bijenhouder te zijn. In alle geuren en kleuren kon hij me vertellen hoe de bijen hun kast schoon houden en dat het 37 graden in de kast is. Hoewel ik hem graag meer had laten vertellen was het helaas ook mijn taak om hem ook aan het werk te zetten. Een congres zonder dagvoorzitter is bijna zoals een bijenvolk zonder koningin: dat gaat gewoon niet.

In al die jaren van cursussen en opleidingen is het nog nooit in me opgekomen om imker te worden. Sterker nog, ik moet met schaamte bekennen dat ik niet wist van het bestaan van zulke cursussen. Aan de andere kant: tegenwoordig is bijna overal wel een cursus over te volgen. Maar terug naar de bij. Een diertje wat veelal in onze taal terug te vinden is en bovendien erg belangrijk is voor de aarde. Dat klinkt gelijk als zweverig geneuzel, maar het is wel een feit. Mensen krijgen steeds minder groene vingers en kiezen daarom voor het gemak van tegels in de tuin. Ook die kunnen trouwens aardig groen worden, maar mensen verkiezen dat nog altijd boven een wilde tuin. Tegenwoordig zijn er bij verschillende natuurwinkels kleine zakjes zaden te koop die men kan planten ten gunste van de bij. Zelf heb ik zo'n zakje een keer leeg gekieperd in mijn kleine jungle in wording en tot groot plezier kwamen er enorme bloemen uit.

Mensen en bijen hebben een lange gedeelde geschiedenis. Er zijn muurschilderingen te vinden waarop bijen worden afgebeeld. De datering van de schilderingen verschilt, maar zijn allemaal duizenden jaren vóór Christus. In de tijd van de jagers en verzamelaars gingen vooral de jagers op zoek naar bijennesten voor de honing. Vrouwen waren vooral actief als de verzamelaars, maar gingen in hun zoektocht naar eten niet zo ver als de jagers/mannen gingen. Het dieet bestond met name uit vlees, planten, zaden en fruit. Er wordt zelfs gesuggereerd dat de huidige mens zijn voorliefde voor zoet eten te danken (of te wijten) heeft aan de homo sapiens. Hoe zoeter het fruit, des te lekkerder het was.

Tegenwoordig hoeven we geen bossen meer af te struinen voor honing, maar kunnen we verschillende soorten terugvinden in het schap in elke willekeurige supermarkt. De bij heeft het in al die jaren echter niet minder makkelijk gehad. Plagen, ziektes en de ontgroening van de natuur. Ik vond een paar maanden geleden een vermoeide bij op de grond. Nadat ik hem op een veilige plek in de zon had neergelegd heb ik hem eens ongegeneerd bekeken. Het zag eruit alsof hij teveel getraind had door die gele blokken aan z'n poten. Misschien wordt het tijd dat we de bij weer eens wat van zijn groene wereld teruggeven.

Stephanie van Baggem