De mantelzorger

Je vraagt er niet om, je hebt geen opleiding of diploma's nodig, je hoeft geen sollicitatie te doen, er wordt geen administratie vereist, er is geen wetgeving over, je sluit geen overeenkomst, je bent gewoon je eigen baas: het stond niet op mijn bucketlist. Mantelzorger ben je voor je het zelf weet en iedereen kan het opeens zijn.

EMOTIONEEL BETROKKEN Ik ben een moeder die zorgt voor haar dochter. Ik word 'mantelzorger' genoemd. En mijn dochter? Hoe heet mijn dochter? Gemantelzorgde? Mantelzorgvrager? Is daar wel een woord voor? Een moeder die voor haar dochter zorgt, is heel gewoon. En andersom ook. En voor zoiets gewoons is in 1972 een woord bedacht door medicus Johannes Hattinga Verschure. Het kenmerk van mantelzorg is de emotionele betrokkenheid tussen de zorgvrager en de mantelzorger. Een mantelzorger is vaak familie en voelt zich verantwoordelijk voor de zorg van de ander. Of het zijn vertrouwde buren of vrienden die zorgtaken op zich nemen, omdat ze zich emotioneel betrokken voelen bij iemand.

De zorgtaak van de mantelzorger is heel verschillend. Ondersteuning bij administratie of financiële zaken, de tuin, de maaltijd, de boodschappen, schoonmaken, opruimen, begeleiding en vervoer naar medische afspraken, de persoonlijke begeleiding en verzorging bij ziekten en vermindering van vaardigheden. Soms zijn de beperkingen zichtbaar, andere zijn onzichtbaar en worden soms alleen door de mantelzorger ervaren.

BETROKKENHEID Naast de emotionele betrokkenheid tussen de mantelzorger en de zorgvrager, wordt deze relatie belast door de eenzijdigheid die door de mantelzorg ontstaat. De mantelzorgvrager kan er weinig meer tegenover zetten, behalve 'dank je wel' te zeggen of te doen, zoals mijn dochter mij kusjes geeft onder het aankleden. En dan is er nog een derde emotionele component. Er is altijd sprake van verlies van vaardigheden. Verlies geeft verdriet. En verdriet vraagt om steun.

ONDERZOEK Recentelijk is onderzoek gedaan en 72 procent van de ondervraagden geeft aan dat zij eventueel willen zorgen voor een familielid. In 2013 was dit nog 50 procent. 78 procent van de volwassen kinderen hebben nog niet met hun ouders gesproken over hoe zij de zorg gaan regelen. 80 procent van de ondervraagde ouders wil hun kinderen niet met een gesprek opzadelen. 39 procent van de mantelzorgers geeft aan dat zij mantelzorgtaken willen afstoten.

Gezien het bovenstaande begrijp ik wel dat veel ouders niet in gesprek gaan met hun kinderen over mantelzorg. Ik begrijp ook dat mantelzorgers het lastig vinden om zorgtaken af te stoten. Hoeveel keus is er, is er een andere mantelzorger beschikbaar?

Aartje Hemelaar, Lid Commissie Zorg & Welzijn Seniorenplatform