• Archief BDUmedia

Uitsterfbeleid standplaatsen woonwagens veroordeeld

HEUVELRUG  Het College voor de Rechten van de Mens deed deze week uitspraak in een zaak tussen gemeente Utrechtse Heuvelrug en een inwoner. Het College is in haar oordeel zeer kritisch en meent dat de gemeente een verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van ras door uitsterfbeleid te voeren op woonwagenstandplaatsen.    

Een inwoner van gemeente Utrechtse Heuvelrug kwam in actie nadat hem door de gemeente werd geweigerd gebruik te maken van vrijgekomen standplaatsen op woonwagenlocatie Lijsterbes. De inwoner wil graag dicht bij zijn moeder en overige familieleden wonen. Voorheen werden alle zes standplaatsen gebruikt. Twee vrijgekomen standplaatsen werden door de gemeente ontmanteld en afgezet met betonblokken. Toen de gemeente bleef weigeren een vrije standplaats te verhuren, nam de inwoner contact op met Art.1 Midden Nederland om te onderzoeken of hier sprake was van ongelijke behandeling.

Tijdens de zitting op 30 januari werd duidelijk dat gemeente Utrechtse Heuvelrug betwist een uitsterfbeleid te voeren. De huidige vier woonwagens op de Lijsterbes mogen blijven staan, maar de twee leeg gekomen standplaatsen blijven ontmanteld om de 'leefbaarheid op de locatie zo optimaal mogelijk te maken en te houden'. Ook zou de leefruimte met zes woonwagens te krap zijn. De gemeente kon echter tijdens de zitting niet onderbouwen wat met leefbaarheid wordt bedoeld en hoe onderzocht is dat er sprake is van krapte.  

Het College komt tot het oordeel dat gemeente Utrechtse Heuvelrug jegens deze inwoner verboden onderscheid op grond van ras maakt door een uitsterfbeleid te voeren, waardoor inwoner niet in aanmerking komt voor een woonwagenstandplaats. Volgens jurisprudentie van het Europees Hof zijn woonwagenbewoners aan te merken als een etnische groep en daarom kan een beroep worden gedaan op de grond 'ras'.