• De Ameronger Eng, al bijna twintig jaar onderwerp van discussie.

    Ton Meijer

'Schadeclaim volstrekt kansloos'

LEERSUM De gemeente is bezig met een reparatie van het bestemmingsplan voor het bedrijventerrein Leersum en onderzoekt tegelijkertijd de actuele behoefte aan zo'n terrein. Dassenexpert Ton Meijer stoort zich aan de vertroebeling van discussie en besluitvorming met de dreiging van een schadeclaim door de projectontwikkelaar. Hij acht een claim kansloos.

Edith Hazelzet

Dassendeskundige Ton Meijer uit Amerongen wil dat de discussie rond het bedrijventerrein op de Amerongse Eng zuiverder wordt gevoerd. Daartoe sprak hij afgelopen donderdag in tijdens een beeldvormende vergadering van de gemeenteraad: ,,Ik verneem in de media en in de gemeentelijke wandelgangen dat er nog steeds wordt geschermd met een dreigende schadeclaim van de projectontwikkelaar, wanneer het bedrijventerrein er niet komt."

Hij vindt het tijd dat de raad inziet dat een claim geen deel uit hoort te maken van politieke overwegingen. Daarnaast acht hij een dergelijke schadeclaim volstrekt kansloos gezien de uitspraak van de Raad van State (RvS) in deze zaak op 25 februari 2015. In het beroep van de Vereniging voor Dorp en Natuur Amerongen-Leersum tegen het raadsbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Leersum heeft RvS de volgende uitspraak gedaan: ,,De gemeenteraad had het bestemmingsplan Bedrijventerrein Leersum niet kunnen vaststellen omdat hij op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat de Flora- en faunawet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat."

VOLDOENDE INFORMATIE Ton Meijer verduidelijkt de uitspraak: ,,Dit betekent dat de Raad van State heeft geoordeeld dat de gemeenteraad voldoende informatie bezat om te kunnen beseffen dat het bestemmingsplan voor de das onvoldoende was getoetst aan de Flora- en faunawet. Met de kennis die men had, had de raad 'Nee' moeten zeggen tegen het vaststellen van het bestemmingsplan. Gevolg is dat de raad zich er niet op kan beroepen ontoereikende informatie te hebben ontvangen van de projectontwikkelaar, B&W of wie dan ook. Dus was uitsluitend de gemeenteraad verantwoordelijk voor zijn foutieve besluit."

Daarnaast is volgens Meijer elk gemeenteraadslid vrij om 'ja' of 'nee' te zeggen tegen een voorstel van B&W. ,,De gemeenteraad als geheel heeft diezelfde vrijheid. Hij is niet wettelijk gebonden aan afspraken met B&W, ambtenaren, projectontwikkelaars of wie dan ook. Daarom zal een schadeclaim niet worden toegekend. Het doet evenmin ter zake of de gemeente op andere punten in de voorbereiding van het besluit wellicht steken heeft laten vallen. De projectontwikkelaar heeft immers nog geen schade geleden op grond van andere punten, omdat het besluit wat betreft de das sowieso niet goed aan de Flora- en faunawet was getoetst, en de gemeenteraad de verantwoordelijkheid voor zijn foute beoordeling niet op een ander kan afschuiven."

Meijer acht het zeer aannemelijk dat de projectontwikkelaar zelf de opdracht gaf voor de natuurtoets waarop B&W hun raadsvoorstel baseerde. ,,De Raad van State heeft geoordeeld dat dat onderzoek niet deugde. Als de aanname juist is, dan heeft de projectontwikkelaar met dat ondeugdelijke onderzoek zowel B&W als de gemeenteraad op het verkeerde been gezet. Zolang er geen juridische zekerheid is of het plan aan de Flora- en faunawet voldoet, maakt een schadeclaim dus geen kans. Daarom hoort een dreigende schadeclaim geen rol te spelen in het komende debat. Die zekerheid is er immers niet tijdens dat debat", zegt Ton Meijer, die als voorzitter van Stichting Dassenwerkgroep Utrecht & 't Gooi, betrokken was bij het beroep van Dorp en Natuur.

In de vergadering van afgelopen donderdag vroeg raadslid Tjeerd Veldhuizen van de BVH aan wethouder Gerrit Boonzaaijer van Ruimtelijke Ordening, of er een schadeclaim is, van ontwikkelaar Jansen de Jong Groep, en wie er volgens de anterieure overeenkomst verantwoordelijk was, en is, voor de toetsing van het bestemmingsplan aan de Flora- en Faunawet. De wethouder zei dat hij dat niet scherp op de radar had, maar zal de vragen binnenkort beantwoorden.

NOODZAAK De discussie rond de komst van een bedrijventerrein op de Amerongse Eng duurt inmiddels bijna twintig jaar. De Ameronger Ondernemersvereniging, AMON, heeft in juni 2015, na de vernietiging van het bestemmingsplan door de RvS, via een enquête in dorpskrant 'De Klepperman' de mening van Amerongers gepeild wat betreft het bedrijventerrein. Daaruit is gebleken dat de respondenten in meerderheid wil dat de Amerongse Eng intact blijft. Men vindt dit geen plek voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ondertussen is de gemeente bezig de actuele noodzaak van het bedrijventerrein in kaart te brengen.

Wethouder Boonzaaijer hierover: ,,We zijn vanwege de door de Rijksoverheid ontwikkelde 'Ladder voor duurzame verstedelijking' verplicht dit te onderzoeken. Het provinciale bedrijvenconvenant toonde de behoefte tot 2015 aan, en dus is er een update nodig." Stec Groep doet dit onderzoek namens gemeente en provincie. Boonzaaijer vreest overigens geen schadeclaim: ,,Stel dat de projectontwikkelaar zegt dat we niet geleverd hebben, dat het bestemmingsplan niet definitief is geworden zoals afgesproken in de anterieure overeenkomst, dan staan wij op het standpunt dat we gedaan hebben wat we moeten doen. Er zijn ook zaken die buiten onze macht liggen."

Er zijn volgens hem wat 'haren in de boter gekomen' met de dassen en de volkstuinverhuizing. ,,Vandaar dat wij in het kader van continuïteit van bestuur de raad aangeven wat nodig is voor herstel van de omissie. Het lijkt me namelijk niet verstandig dat we repareren terwijl niemand in de raad daarop zit te wachten."