• Marc Satijn

Rechter: Gemeente handelde juist tegen camping Wildzicht

LEERSUM (JPU) De gemeente Utrechtse Heuvelrug mocht handhavend optreden tegen camping Wildzicht in Leersum. Dat heeft de Utrechtse rechtbank deze week beslist in een beroepszaak van eigenaar Bert van Doorn (foto) tegen het besluit van de gemeente om zijn camping en de permanente bewoners niet langer te gedogen.

De gemeente besloot vorig jaar dat er een einde moest komen aan de illegale permanente bewoning van stacaravans op het terrein. Ook moet Van Doorn alle illegale bouwwerken afbreken, het terrein opruimen en mag hij geen huisvesting meer aanbieden aan Poolse seizoenarbeiders.

De rechtbank is het met de gemeente eens dat de permanente bewoning in strijd is met de voorschriften en dat er ingegrepen mocht worden. 'Dat al lange tijd sprake is van permanente bewoning en andere overtredingen op het perceel en dat verweerder (de gemeente, red.) dit wist maar daar niet eerder handhavend tegen heeft opgetreden, betekent niet dat verweerder nu verplicht is de overtredingen te legaliseren', aldus het vonnis.

De rechters menen wel dat het gemeentebestuur de camping en zijn bewoners vorig jaar meer tijd had moeten geven, maar ze verbinden hier verder geen consequenties aan omdat de ontruimingstermijnen in de tussentijd al een paar keer zijn verlengd, hetzij door de gemeente zelf of door tussenkomst van de rechter. Een aantal bewoners is inmiddels al vertrokken en de rest heeft van de gemeente tot volgend jaar februari de tijd gekregen om met een urgentieverklaring een sociale huurwoning in een Heuvelrugdorp te zoeken.

Die handreiking was voor de bewoners in oktober reden om hun beroepszaken tegen de gemeente in te trekken, maar Van Doorn zette door omdat hij volgens zijn raadsman 'een principiële uitspraak' wilde over het besluit van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. De campingbaas wilde onder meer twee caravans behouden om ze aan dagrecreanten te kunnen verhuren, maar volgens de rechters moet hij dit bespreken met de gemeente.

De Leersummer kan binnen zes weken in beroep gaan tegen de uitspraak van de rechtbank.