Verdwalen

Ik moet nog een paar dagen doorwerken voordat ook ik vakantie heb, maar doe dat in de vakantiestand: rustig aan, en als het ook maar even kan buiten aan de tuintafel. Vandaag ben ik eerst een eind gaan wandelen en heb ik me ergens op een terras geïnstalleerd om daar mijn werk na te kijken. Ik zit er nog niet lang als een man vraagt of hij mag aanschuiven, alle andere tafels zijn bezet.

Natuurlijk mag dat.

Hij moet ook werken, zie ik. Twee telefoons, een agenda, pen en papier.

We bestellen koffie en gaan allebei weer aan de slag. Maar ik word afgeleid door drie mannen in fietstenue, een eindje verderop. Eén ervan heeft het hoogste woord. Hij raakt niet uitverteld over de grote reis die hij net met zijn gezin heeft gemaakt, de afgelopen weken. Hong Kong, China, Thailand en Dubai. Ze hebben luxe gereisd, overal kregen ze een premium behandeling. Hij kent zijn pubers, met minder nemen die geen genoegen en hij wilde geen scheve gezichten. Vooral Hong Kong en China waren fantastisch. Te zien hoe rijk rijken daar zijn, rijk is daar echt puissant rijk. Het gaat maar door. Zijn fietspartners reageren amper op de verhalen. Een 'oh ja?' hier, een 'goh joh' daar, terwijl hun ogen ronddwalen. Ik geef ze geen ongelijk, niets zo saai als mensen die opscheppen en laten zien hoe breed ze het kunnen laten hangen. Ik schat de reiziger een jaar of vijftig. Nog lang niet oud, maar wel een verlopen gezicht. Ik kan aan hem zien dat hij vroeger knap moet zijn geweest, maar ik zie nu vooral een verwende man met waarschijnlijk meer geld dan karakter.

'Wat zie je?' vraagt mijn tafelgenoot ineens.

Ik kijk hem aan en zie dat hij naar mij zit te kijken zoals ik naar de fietsers kijk. En ik vertel hem wat ik hierboven heb opgeschreven.

Hij kijkt ook naar de fietsman.

'Waar denk je dat hij last van heeft?' vraagt hij.

Dat vind ik een moeilijke vraag.

'Wat denk jij?' vraag ik daarom.

'Dat hij leeft voor de buitenkant.'

Ik denk dat dat best kan kloppen, dat de man voor de buitenkant leeft, maar of hij daar last van heeft weet ik niet. Ik had eens heel goede huisarts die altijd zei dat het jammer is dat mensen er zo lang over doen voordat ze last van zichzelf krijgen. Want pas als je last van jezelf krijgt, kun je beginnen met jezelf gaan worden, volgens hem.

Ik vertel de man over mijn huisarts. Nu raken we in gesprek over goede huisartsen, slechte huisartsen, mensen in het algemeen en verwende maar altijd meer willende mensen in het bijzonder.

Dat wordt niks meer met werken, denk ik, en na nog een kop koffie neem ik afscheid om de boel thuis af te gaan maken.

Ik wil binnendoor, door het bos, naar huis lopen, maar ik verdwaal, twee uur later ben ik pas thuis. Morgen weer wat langer werken dan maar.

Trea van Vliet

treavanvliet@gmail.com

Van Rotterdam naar Amerongen: Trea van Vliet verhuisde naar dit stukje Nederland en doet hier verslag van deze verandering.