Van gebruik naar traditie

Zodra de snoepkettingen weer in overvloed in de winkels liggen weet je het al: de avondvierdaagse komt er weer aan. Het jaarlijkse wandelfestijn voor kinderen die samen met hun klasgenootjes een route afleggen door de buurt. Hoewel er vorige week een avond is afgelast vanwege het voorspelde noodweer zorgt het jaarlijks voor de nodige pret en saamhorigheid. Wandelen is een traditie die ingebakken is in onze cultuur. Of je het nu leuk vindt of niet, iedereen heeft wel herinneringen aan in ieder geval die loopavonden met school. Waarbij je aan het begin van de tocht nog heel hard 'Ik heb een potje met vet!' loopt te zingen en dat aan het einde is afgezwakt tot een bijna zielige 88e couplet 'Al op de tafel gezet.'

Bewegen is gezond. Daar worden we momenteel bijna dagelijks mee 'geconfronteerd', maar deze stelling heeft een lange geschiedenis. Het bewegingsonderwijs werd in 1890 verplicht in Nederland. Het Nederlandse volk was ongezond en de overheid moest stappen ondernemen. Men moest maar vooral gaan wandelen. Zieke werknemers betekende immers slecht nieuws voor de economie en daar zat politiek Nederland niet op te wachten. De allereerste wandelmarsch werd gehouden in 1909. Wandelaars konden kiezen uit dertien verschillende routes en daaraan gekoppeld startplaatsen. Nijmegen werd door de tijd heen echter steeds populairder waardoor dit de enige startplaats werd vanaf 1925. Vrouwen liepen overigens niet mee met de vierdaagse, het was niet voor hen toegankelijk. Vandaag de dag is het echt uit den boze om mensen te weigeren en wordt het alleen enigszins 'getolereerd' als de startbewijzen op zijn. Net als nu liepen er overigens voornamelijk veel militairen mee met de vierdaagse. Op deze manier konden zij zowel aan hun uithouding werken als zich presenteren aan het volk – twee vliegen in een klap dus.

De Tweede Wereldoorlog zorgde voor een stagnatie in de wandeltochten. Samenscholen mocht namelijk niet en een wandeltocht kon wel als dusdanig bestempeld worden. Dit zorgde voor een politiek protest onder de Nederlandse bevolking. Kleinere steden organiseerden vierdaagsen met kortere afstanden die geschikt waren voor volwassenen en hun kinderen. Na de bevrijding is het gebruik om te wandelen gebleven en is het een traditie geworden, al is het nu niet meer vanuit een politiek protest. Dit soort protestmarsen bestaan nog steeds, maar die zijn er niet meer in de vorm van een vierdaagse.

Wie wel wil wandelen maar dat niet vier dagen achter elkaar wil doen kan vaak terecht bij losse wandeldagen. Er bestaat tegenwoordig zelfs al een mogelijkheid om het parcours van een marathon al wandelend af te leggen. Toen de eerste wandelmarsch werd georganiseerd was men er totaal niet op berekend dat met name kinderen als wandelende snoeptorens de eindstreep halen. Wie zegt dat gezond bezig zijn niet ook gezellig kan zijn? Hoewel het vele snoep niet de insteek was bij het organiseren van de tochten is het met name belangrijk om stil te staan bij wat het wel brengt: gezellige avonden.

Stephanie van Baggem