Lente en loempia's

Zou je nog terug kunnen naar Rotterdam, vraagt mijn oude buurman die bij me op bezoek is. Hij vindt het hier mooi maar wel een beetje afgelegen. En al dat uitzicht, hij krijgt het er benauwd van. Daar moet ik om glimlachen, iedereen krijgt het weer benauwd van iets anders. De ruimte en rust hier maken mij rustig, maar hij wordt er juist zenuwachtig van.

Nee, ik zou niet meer terug kunnen. Als ik nu in Rotterdam ben, geniet ik er van de drukte en de levendigheid. Maar ik ben ook heel blij als ik weer naar huis kan. Hier zit levendigheid in andere dingen. Als ik aan mijn bureau zit te werken, zie ik dat de hazelaar voor mijn raam aan het uitlopen is. De magnolia op mijn terras heeft alweer volop blad. En de zon, die heel de winter te ver naar rechts opkwam om door het slaapkamerraam op mijn hoofdeinde te schijnen, raakt al bijna mijn hoofd weer als hij 's ochtends opkomt.

Ik zal trouwens iedereen die naar een nieuwe plek en een nieuw leven verhuist, aanraden om dat net als ik in de zomer te doen. In de winter lijkt het me zoveel moeilijker! Het aantal wandelaars neemt nu weer toe, de praatjes met onbekenden op straat of in het bos dus ook, ja, doe mij maar een beetje warmte en zonneschijn. Dat helpt enorm bij het inburgeren.

Een andere vraag van mijn buurman is hoe de Chinees hier is. Ik zeg dat ik dat nog niet weet en dat gelooft hij niet: in acht maanden tijd nog geen loempia gehaald?

Ook daar moet ik om lachen.

Hij en ik waren samen enorme afhaaljunks. En eten afhalen in de stad is meer dan patat of Chinees. Als ik naar huis fietste belde ik hem regelmatig: heb je al eten in huis, zal ik wat meenemen? En dan zaten we weer aan de minipizza's van Angelo, een Vietnamese maaltijd van Ngyen, de roti van meneer Prem, de Iraanse pannenkoekjes van Sia of waar we maar zin in hadden. Voor de vorm maakten we er soms salade bij, maar het lekkere zat 'm in al die exotische koolhydraten natuurlijk. Dit deden we vaker naarmate het warmer werd: ook al woonden we pal naast elkaar en kon hij mij binnen horen niesen, in de winter zagen we elkaar soms weken niet. Zodra de temperatuur opliep en de tuindeuren opengingen, zaten we weer in een van onze tuintjes samen te eten. Dat mis ik wel. Hem, en al die gerechten van over heel de wereld die je daar overal kunt krijgen, vaak voor weinig geld.

Mijn buurman blijft vandaag bij me eten. We halen geen Chinees, ik heb gewoon gekookt. We eten buiten, de eerste keer dat ik m'n tuinbank weer gebruik. De wandelaars langs het pad groeten ons, wensen ons smakelijk eten.

Lekker, buuf, zegt hij.

Ik wijs aan hoe het vallen van de avond de kleuren van het veld en de lucht verandert. We kijken.

Het is lente!

Trea van Vliet

treavanvliet@gmail.com

Van Rotterdam naar Amerongen: Trea van Vliet verhuisde onlangs naar dit stukje Nederland en doet in columns verslag van deze verandering.