Hutten en slangen

Als ik door het dorp loop, ben ik stiekem altijd blij dat ik daar een eind buiten woon. Wat me niet fijn lijkt is dat in dat oude stukje iedereen iedereen kent. Ik ben daar nog niet uit: is dat wat je op de koop toe moet nemen in een dorp, is het iets waar je aan kunt wennen, iets wat je moet willen of juist niet?

Hoe dan ook, mijn huisje staat letterlijk helemaal in het groen, iets waar ik altijd naar heb verlangd. Laatst liep ik weer ergens in het bos rond te struinen toen ik een hut zag. Een hut! Ik voelde me meteen weer kind.

Vroeger bouwden mijn buurjongetje en ik de beste hutten van onze buurt. We waren nog geen zes jaar maar wisten van wanten. In struiken, bomen of in het fluitenkruid: onze hutten waren zo goed dat oudere kinderen ze van ons afpakten. We waren als de dood voor hen, maar het was tegelijkertijd ongelofelijk spannend natuurlijk. Zodra de pestkoppen weg waren, zaten wij er weer. Vol spanning en op de uitkijk voor het gevaar.

Ik weet nog dat we in één van onze hutten pornoboekjes vonden. We herkenden dat natuurlijk niet als zodanig en noemden het 'blote boekjes', die we eigenlijk totaal niet interessant vonden. Interessanter was of Annelies en Arleen er alweer aankwamen want dan moesten we op de vlucht. De moeder van mijn buurjongetje vond die boekjes wel interessant, want toen we er een keer onder het eten melding van maakten - ik weet niet hoe expliciet ik hier kan zijn, maar de associaties gingen via patat met mayonaise -, moesten we acuut mee naar buiten om te laten zien waar die hut was en wat daar allemaal gebeurde. Niets natuurlijk! Maar ze was zo ongerust dat ze ons verbood ooit nog terug te gaan naar die hut. Vonden wij niet erg, want we hadden er nog vijf, bovendien gingen we natuurlijk wel terug.

Die tijden herleven als ik de hut hier in het bos zie. Ik zie meteen een constructiefout en verzamel wat grote takken om het gat in de rechterwand te stutten. Ik kijk ook in de hut, niets te zien. Ze hebben een mooie plek uitgekozen. Een eindje bij het pad vandaan en met de opening naar het bos. Als het oorlog wordt, kun je er zo schuilen, zeker nu ik de constructie heb versterkt.

Ik loop door en denk na over vroeger. En over hutten. En over natuurlijk wonen. Laatst stapte ik mijn terras op en zag nog net hoe een lange, groene slang pijlsnel weg kronkelde, de bosjes in. Ik schrok en vertelde het aan Bea, mijn huisbaas, die monter vroeg of het een ringslang was. Wist ik veel! Toen ik zei dat hij lang en groen was met witte dingetjes op zijn rug, zei ze nuchter dat dat een adder was. Een adder, op het terras waar ik regelmatig in het donker nog even op loop, op blote voeten!

Dat het zo natuurlijk zou worden op mijn nieuwe plek had ik nooit gedacht.

Trea van Vliet

treavanvliet@gmail.com

Van Rotterdam naar Amerongen: Trea van Vliet verhuisde onlangs naar dit stukje Nederland en doet in columns verslag van deze verandering.