De elementen

Van Rotterdam naar Amerongen: Trea van Vliet verhuisde naar dit stukje Nederland en doet hier verslag van deze verandering.

Ik was een maand in Zeeland. Net voor de toeristenhausse, en precies tijdens al die hete dagen. Dan is Zeeland heerlijk: al dat licht, al dat water, al die ruimte. Eigenlijk is het er net zo fijn als hier, alleen heb je daar de zee als heel groot extraatje.

Ik paste er een maand op iemands huis en binnen mum van tijd was ik ook daar alweer aan het inburgeren. Koffie bij de buren leidde tot een straatbarbecue, die nieuwe vrienden bracht en die hielpen mij weer aan nieuwe gedachten.

Ik trof er namelijk mensen die ook, net als ik, weggevlucht waren uit de Randstad. Nooit hebben ze heimwee naar de drukte, de stenen en de stad. Wel naar wat ze noemen 'oud groen'. Oud groen?

Ja, oud groen: soms pakken ze in de weekenden in alle vroegte de auto om naar onze streek hier te gaan, de Utrechtse Heuvelrug, omdat je hier bomen en bossen hebt die er al langer dan een paar decennia staan. Oud groen. Dat heb je niet in Zeeland. Je hebt er niet veel bomen en wat er staat is iel, dun en jong. Echte Zeeuwen hebben daar geen last van, maar zij worden er iebelig van, vertelden ze, en dan moeten ze weekendje in oud groen zijn. Ik moest daarover denken.

Ik heb een keer een docent gehad die ons vertelde over hoe landschappen en de elementen de aard van een volk vormgeven. Zo maken bergen conservatief, volgens hem: vroeger wist je maar nooit wat er achter die bergen vandaan zou kunnen komen, dus zorgde je aan jouw kant ervan voor duidelijkheid en voorspelbaarheid. Zwitserland is daardoor conservatiever dan een plat en vlak land als Nederland. Hier zie je alles aankomen en hoef je niet bang te zijn. Bovendien hebben we dit land zelf uit het water omhooggetrokken: de reden dat Nederlanders denken dat ze alles in de hand (kunnen) hebben en zich buiten onze grenzen vaak ook zo gedragen. (Lomp, noemen de Fransen en de Spanjaarden dat ook wel). Ook temperatuur doet mee: zijn er koude winters, dan leert een volk vooruitdenken, want ook als het land bevroren is moet er eten op tafel. Vliegen de papaja's en de vissen je de hele tijd om de oren, dan hoef je je nooit druk te maken om je maaltijden en leer je niet te plannen. Misschien zit er wat in.

Binnen een land verschillen we ook.

Zeeuwen hebben de naam stug, taai en fantasieloos te zijn. Misschien moeten ze wel, want je verwaait er als je niet heel stevig met je poten in de klei blijft staan. Doorgeschoten aardsheid als tegenhanger voor licht, lucht en water. Mijn nieuwe vrienden zijn import-Zeeuwen en hebben niet die aangeboren stevigheid. En komen die dus soms hier halen in onze omgeving, waar het oud groen hen daarvan voorziet.

Als ik na mijn Zeeuwse maand weer thuiskom, is het eerste wat ik voel hoe heerlijk het is om weer temidden van al dat groen te zijn. Dat het oud groen is, dat had ik me hiervoor nooit gerealiseerd.

Trea van Vliet

treavanvliet@gmail.com