Betaald genieten van de natuur

Van tijd tot tijd voelt het als een voorrecht om op de Utrechtse Heuvelrug te wonen. Als ik in de voortuin zit en de wind 'verkeerd' staat, komt me een lucht van koeienvlaaien tegemoet. De eerste keer dat dit me overkwam moest ik er smakelijk om lachen, het gaf een echt dorpsgevoel. Tegenwoordig lijkt het haast wel normaal en probeer ik vooral te luisteren naar het geloei van de koeien. Binnen tien minuten in het bos staan, is ook iets wat niet veel mensen kunnen zeggen. Lekker onthaasten, wandelen of hazen spotten in het Doornse gat. Menig stadsbewoner kan er jaloers op zijn.

Toch moet ik met enige schaamte bekennen dat ik vorig jaar pas kennis heb mogen maken met het Henschotermeer. Toen er meegedeeld werd dat daar het personeelsuitje naartoe zou gaan, wist ik niet eens waar het was. Je kan je, terecht, ook wel afvragen of dat een geschikte locatie is voor een personeelsuitje, maar dat terzijde. Het meer zag er al met al heel fijn uit en er hing een rustige sfeer. Dat er nu een nieuwe exploitant is die toegang gaat rekenen tot het meer is echter een zorgelijke ontwikkeling. Natuur hoort niet bij een commerciële partij. Dat er een omheining van ruim een meter hoog met prikkeldraad gaat komen om 'illegale' bezoekers te verhinderen strookt al helemaal niet met het idee van lekker genieten in de natuur. Toegegeven, het is ook weer echt een typisch commerciële actie. Het Henschotermeer kent een lange geschiedenis en de eerste verhalen stammen uit 1895. Het meer zelf is ontstaan rond 1939. Door het kappen van bomen en delven van zand ontstond een tamelijk grote waterplas. Vanaf de jaren '50 is het meer geliefd onder de bewoners in de omgeving. Of je kende de plas, of niet. Nadat het meer een toeristische bestemming kreeg is het aantal bezoekers alleen maar toegenomen. Deze landelijke bekendheid van het meer lijkt deze uiteindelijk de das om te hebben gedaan. Want waar veel mensen komen valt geld te verdienen.

Betalen voor een natuurgebied is nog niet eens het ergste. Het commerciële karakter maakt het verkeerd. Het idee om er nu ook foodtrucks te plaatsen geeft het meer een 'pretpark zonder achtbanen' idee dan een echte natuurplek. De tijd waarin mensen met picknickmanden naar een recreatiegebied gingen lijkt hiermee voorbij. De charme van recreatiegebieden is juist om een gezellig kneuterige dag te hebben, zonder hekken met prikkeldraad en toegangspoorten. Zolang er mensen zijn die de wereld als één grote afvalbak behandelen zullen er hoe dan ook kosten gemaakt moeten worden, maar om het gebied op en top commercieel te maken? De koop door een commerciële partij had voorkomen moeten worden, de natuur is immers van ons allemaal.

Nu maar hopen dat het Doornse gat (en andere gebieden) bespaard blijven van reclame, foodtrucks en omheiningen. Als we allemaal onze verantwoordelijkheid nemen kunnen we er langer van genieten, maar; laat de natuur de natuur.

Stephanie van Baggem